Kameroperaproject presenteert Eisler on the go

wie is wie?

Eisler On the Go stelt een argwanende Duitse componist tegenover een argwanende Amerikaanse overheid, elk met hun eigen (muzikale) taal. Eenling tegenover collectief, verdedigen tegenover aanvallen, twijfel tegenover zekerheid, de aangeklaagde Hanns Eisler tegenover de aanklager Robert Stripling. De waarheid zegeviert niet. Angst wel.

JOHN THOMAS

LEES MEER

HELEN CAMPBELL

LEES MEER

hanns eisler

LEES MEER

Louise Jolesch

LEES MEER

ROBERT STRIPLING

LEES MEER

RUTH FISCHER

LEES MEER

mary

LEES MEER

wie is Hanns eisler?

Jon van Eerd speelt de hoofdrol van Hanns Eisler. Hij komt als beroemd componist naar de Verenigde Staten, als hij via Denemarken, Nederland en Engeland vlucht voor de nazi’s. Hij wordt aanvankelijk op handen gedragen en neemt een typisch Europees, grensoverschrijdende ideaal van een socialistische heilstaat met zich mee. Muziek staat ten dienste van de verheffing van het volk. Hij is zelfverzekerd, dominant en charmant naar degenen die hij graag mag. Hij is humoristisch, bekend om zijn gulle lach en tegelijkertijd zeer kritisch jegens alles en iedereen die het socialistische ideaal in de weg staat.

 

Hij kan niet tegen middelmatigheid. ‘Was ist Ihnen am meisten zuwider? Kriecherei, Duckmäusertum, Feigheit’ (1957). Eind jaren ’30 komt het zangspel Die Mutter in New York uit. Los nog van de beroerde vertaling verbijt Eisler zich vanwege de matige regie. Als het koor het slotlied Die Partei ist in Gefahr in het gezicht van de moeder brult in plaats van naar het publiek in de zaal, scheldt Eisler de regisseur de huid vol. ‘Waarom schreeuwt u zo,’ vraagt iemand op het podium hem. ‘Ik schreeuw niet’, zegt Eisler, ‘ik probeer alleen de regisseur te verklaren dat ik hem voor een onbeschrijflijke idioot houd.’

Er hangt altijd een soort van vaktechnische en morele superioriteit om hem heen en dat maakt hem irritant en soms té aanwezig. ‘Er provozierte gern und liebte es, provoziert zu werden. Er säte Zweifel, auch gegen sich.’ (Hans Bunge). Naar een niet voldoende coöperatieve geluidstechnicus in een studio: ‘Wenn Sie ein Genie sind, kann ich mit Ihnen nicht arbeiten. Ein Genie bin ich selber!’

 

Hij is gevoelig voor lofuitingen; aan valse bescheidenheid doet hij niet. Als Robert Stripling tijdens het verhoor (scene 23) hem voorhoudt: ‘The purpose is to show that Mr. Eisler is the Karl Marx of Communism in the musical field and he is well aware of it,’ reageert Eisler superieur met: ‘I would be flattered.’ En als na een concert er zoveel loftuitingen richting Eisler gaan, dat een kennis van hem aan Eisler vraagt of hij zich daar ongemakkelijk bij voelt, reageert hij: ‘Ich bin mit jedem Lob einverstanden. Ich werde doch nicht meine Lober diskriminieren.’

 

Na zijn gedwongen vertrek op 28 maart 1948 uit de Verenigde Staten vestigt Hanns Eisler zich in Oost-Berlijn. Hij componeert er het nationale volkslied van de DDR, scheidt van Louise en werkt aan een libretto voor een grote opera: Johannes Faustus. Maar de partijleiding sabelt het libretto neer en ook daar mag hij voor een commissie verschijnen: is hij wel loyaal aan de staat? Eisler’s laatste levensjaren kenmerken zich door eenzaamheid. Was hij een held? Een lafaard? Iemand van het volk? Een individualist? Progressief? Statusgevoelig? In ieder geval een overlever.

WIE IS LOUISE JOLESCH?

Ekaterina Levental speelt de rol van de (tweede) vrouw van Hanns Eisler. Zij stelt haar leven ten dienste van Hanns Eisler – ze is vaak achter een typemachine te zien met aantekeningen van Eisler naast zich. Ze doet dit uit volle overtuiging. Zij komt energiek over, zowel in haar liefde jegens Hanns, als ook in het verdedigen van het socialistische gedachtengoed. Dat komt sterk tot uitdrukking in het lied Joe Worker (scène 12).

 

Zij neemt geen blad voor de mond als het gaat om anderen. Iemand vraagt Hanns Eisler in de Verenigde Staten wat hij van de kwaliteit van het theater in New York vindt. Hij stelt droogjes vast: ‘Davon weiss ich nur vom Weghören wenn meine Frau darüber schimpft’. Voor het falen en feilen van Hanns heeft ze een scherp oog, maar in haar kritiek op hem blijft ze mild. Haar liefde is veel dominanter dan haar kritisch vermogen jegens hem.

In de voorstelling blijft haar karakter van begin tot einde hetzelfde: een sterke, knappe vrouw, rug recht, liefdevol, haar man beschermend tegen die gekke Amerikaanse patriotten, soms wat bang over wat de toekomst het echtpaar brengen zal. Ze is in afnemende mate in staat Hanns Eisler te beschermen, hetgeen haar oprecht frustreert.

Bang om hem kwijt te raken is ze niet, want tot het einde toe zoekt hij ook steun bij haar, steeds kwetsbaarder in zijn gedrag, soms op het sentimentele af. Dat verwart haar, omdat ze hem zo niet kent. Het lijkt soms wel alsof zij van hem geen kwetsbaar gedrag aanvaardt. Hij is altijd de sterke man aan haar zijde geweest.  Dit ideaal koestert ze en maakt haar bitter naar de omgeving van haar echtgenoot.

Zo ervaart de avontuurlijke Louise de tijd dat zij met Hanns Eisler in de Verenigde Staten verblijft als moeilijk. Ze doet er alles aan samen met Hanns een nieuw leven op te bouwen. Ze doet zelfs schoonmaakwerk in de buurt. Terug in Oost-Berlijn strandt het huwelijk. Louise vertrekt, hertrouwt en sterft in Wenen, terug naar het milieu dat ze eerder ontvluchtte. Ze blijft al die jaren overigens goed bevriend met Hanns.

WIE IS JOHN THOMAS?

Bariton Mitchell Sandler speelt de rol van John P. Thomas. De republikein John Parnell Thomas (1895-1970) manifesteert zich als een felle tegenstander van Roosevelt’s New Deal Politics. Hij is getrouwd en heeft twee opgroeiende kinderen als hij voorzitter wordt van de House Un-American Activities Committee. Vanaf dat moment staat hij in het middelpunt van de politieke aandacht. Hij is een politiek ‘dier’ pur sang en werkt doelgericht aan zijn curriculum vitae.

 

Het is een charmante, innemende man, die graag anderen voor zijn karretje spant en op het juiste moment zorgt voor maximale profilering en zichtbaarheid. De media zijn er om de politiek te dienen en niet anders (Freedom of the Press). Hij heeft een zwak voor vrouwen en is kwetsbaar richting zijn assistente Helen. Zolang zij zijn zaak dient, laat hij haar toe en vindt hij haar zelfs aantrekkelijk.

Hij speelt het spel van verleiden en verleid worden mee met haar. Naar de commissieleden toe geeft hij veel ruimte. Als het dan soms al te gortig wordt, grijpt hij pas vrij laat in en doet dat dan op een luidruchtige, wat theatrale manier. Net als Stripling houdt hij ervan zich onberispelijk te kleden. Hij kent de goede, bourgondische kant van het leven en de laatste mode en houdt van een goed glas wijn en een mooi diner.

Thomas’ voorzitterschap van de House Committee on Un-American Activities (HUAC) eindigt als zijn secretaresse Helen hem succesvol aanklaagt vanwege corruptie. Thomas wordt negen maanden gevangengezet, ironisch genoeg in dezelfde gevangenis als waar enkele linkse Hollywood-prominenten zijn ondergebracht die eerder weigerden voor Thomas’ HUAC-commissie te getuigen. Pijnlijk. Een politieke comeback zit er niet in.

WIE IS HELEN CAMPBELL?

Evi De Jean speelt de rol van de knappe assistente Helen Campbell. Zij is de ‘personal assistent’ van zowel hoofdaanklager Robert Stripling als voorzitter John P. Thomas. Voor beiden is Helen een belangrijke uitvoerende kracht. Met charme en een portie ‘Yes You Can’ slagen beide heren erin om Helen voor de anti-communistische campagne van de HUAC te strikken en, sterker nog, haar ook op pad te sturen voor compromitterende research naar de Eislers. Aanvankelijk twijfelt Helen, wil er zelfs mee stoppen (Stay In My Arms, scène 10), maar de charmes van de heren en haar stille verliefdheid op Thomas halen haar over de streep. Nog is en blijft zij een licht flegmatieke vrouw die snel beïnvloedbaar is (Send For the Militia in scène 8) en snel van haar à propos gebracht kan worden, zoals in het grand café wanneer Louise haar een lesje leest: wie is zij wel niet dat zij inzicht meent te hebben in wat de arme arbeider bezighoudt? (Joe Worker).

Ze wil graag bij invloedrijke mensen werken en zijn, maar overziet lang niet altijd haar daden en heeft geen sterke, eigen opvattingen. Van de Eislers weet ze eigenlijk helemaal niets en daar kan ze ook niet echt mee zitten. Tegen het einde van de voorstelling laat ze zich gaan in haar naïeve verliefdheid jegens Thomas (I Wish It So).

De liefde van Miss Helen Campbell voor haar baas, John. P. Thomas, eindigt abrupt, als hij in het voorjaar van 1948 besluit een jongere secretaresse aan te stellen. Woedend laat Helen een journalist weten dat zij in opdracht van Thomas geld over heeft gemaakt naar een invalide tante. Gemeenschapsgeld dat Thomas achteroverdrukt! Zij bevestigt dit verhaal naar de FBI met gekopieerde rekeningoverzichten in de hand. De zaak leidt in de zomer van 1948 tot een civiele rechtszaak tegen Thomas. Zoete wraak.

WIE IS ROBERT STRIPLING?

Vitali Rozynko speelt de rol van hoofdaanklager Robert Stripling. Hij is een man met een missie. Hij heeft een streng protestantse opvoeding genoten.

Hij heeft rechten gestudeerd, wil de politiek in, maar zijn al te rechtlijnige wijze van argumenteren maakt dat hij niet makkelijk een stroman of maecenas vindt. Hij is echter compromisloos en valt in die hoedanigheid op bij John P. Thomas, die een onderdanige, loyale dienaar zoekt.

Na enkele jaren met elkaar samengewerkt te hebben laat Thomas enigszins de teugels vieren en geeft hij Stripling de ruimte om zijn zijn vleugels uit te slaan in de functie van hoofdaanklager.

 

Als hoofdaanklager is Stripling in zijn element. In elke zin schuilt een moraliteit en een vorm van waarschuwing aan de ander.

Als een 20ste eeuwse Cassandra verbijt hij zich als niemand behalve hij het Rode Gevaar doorschouwt in al zijn vermommingen en listen. Onvermoeibaar staat hij op de bres voor de Amerikaanse waarden en normen. Zozeer zelfs dat het hem naar het hoofd stijgt en hij ook zijn vriendin Mary niet langer weet lief te hebben.

Ze hebben geen gedeelde wereld. Met Helen weet hij wel raad zodra zij twijfelt om voor de anti-communistische positie te staan. Juist Helen weet hij met een sentimenteel lied te overtuigen: Never Get Lost in scène 11. Het gaat hem daar echter niet om het versieren van een vrouw voor zichzelf, maar voor de goede zaak. Stripling is verder wel de laatste die verdacht kan worden van zelfverrijking of persoonlijk munt te slaan uit de scherpe verhoren. Hij dient de zaak. Niets meer en niets minder.

In het verhoor van Hanns Eisler laat Stripling zich, in tegenstelling tot sommige commissieleden, daarom emotioneel ook nergens gaan. Hij blijft strak en formeel. De enige song waarin hij zich overgeeft aan een vorm van egotripperij is Smoking Glasses (scène 14).

Als Thomas vanwege corruptie eenmaal moet stoppen als voorzitter van de commissie, verdwijnt ook de onkreukbare Texaan Robert E. Stripling uit beeld. Hoogtepunt in zijn ambtelijke carrière aan het Congres zijn de harde verhoren van vermeende communisten uit Hollywood en de publicatie van zijn felle boek The Red Plot Against America. Beroemd wordt hij met de frase: Are you or have you ever been member of the communist party? Deze ene zin symboliseert de Amerikaanse paranoia tijdens de eerste jaren van de Koude Oorlog.

WIE IS RUTH FISCHER?

Ruth Fischer wordt gespeeld door de fagottiste Georgie Powell. Ruth Fischer is de verbitterde zus van Hanns en Gerhart Eisler. Aan haar heeft Hanns Eisler het min of meer te danken dat hij voor de parlementaire commissie moet verschijnen en het land wordt uitgezet.

Ruth Fischer richt de eerste communistische partij op buiten de Sovjet-Unie, leidt deze partij en komt in het instabiele Duitse parlement begin jaren ’20. In 1926 wordt ze enkele maanden door Stalin vastgehouden tijdens een bezoek aan Moskou. Vanaf 1929 verlaat ze de politiek en wordt sociaalmaatschappelijk werker in Berlijn. Ze slaat onder het nazi-regime direct op de vlucht naar Parijs. Daar werkt ze samen met Leon Trotsky, wordt in absentia ter dood veroordeeld door Stalin en vlucht dan in 1940 via Portugal naar New York.

Als vervolgens eerst Trotsky en daarna haar man onder verdachte omstandigheden in Havana sterft, verdenkt ze haar broers Gerhart en Hanns ervan geheime informatie te hebben doorgespeeld aan de Russische inlichtingendiensten. Deze paranoïde gedachte leidt tot een felle brief aan de FBI, waarin zij beide broers van landverraad en spionage voor Rusland beschuldigt. Voor de HUAC-commissie onder leiding van John P. Thomas een cadeau! En al helemaal als de FBI ook nog eens ontdekt dat Eleonore Roosevelt persoonlijk heeft bemiddeld bij het verkrijgen van een visum voor Eisler toen hij in 1939 vanuit Mexico de Verenigde Staten in wilde reizen. De republikeinen kunnen dan hun messen slijpen.

WIE IS MARY?

Mary is de vriendin van Robert Stripling en ze kent ook de secretaresse Helen erg goed. Mary wordt gespeeld door fluitiste Felicia van den End. Het is het enige fictieve personage in de voorstelling. Mary heeft haar fanatieke communisten-jager Robert lief, maar niet tot elke prijs. In een prachtig duet van Marc Blitzstein (One Kind Word) probeert Robert haar te verleiden tot tenminste één sympathiek gebaar of woord, maar ze is van mening dat hij maar beter een andere vriendin kan zoeken. Ze vindt hem arrogant, niet subtiel en altijd maar bezig met zijn heilige missie om elke communist op te sporen en aan te klagen.